HH. Nicolaas Pieck en Gezellen Parochie webmaster@hhnicolaaspieckengezellen.nl Home Brielle Hellevoetsluis Hoogvliet Rhoon Rozenburg Spijkenisse Anbi status HH. Nicolaas Pieck en Gezellen Parochie Nicolaas Pieck
hit counter
Nicolaas (Claes) Pieck werd in 1534 te Gorinchem geboren. Zijn vader is Jan Pieck en zijn moeder Hendriksken Calve. Evenals Veghel lieten zij hun zoon in Den Bosch de Latijnse school volgen. “Soo haest als hij deur sijnen ouderdom bequam was” werd Pieck Franciscaan in ’s-Hertogenbosch en niet te Leuven waar hij studeerde. Wel keert hij naar deze stad terug om in het Franciscanenklooster theologie te studeren. In het klooster heeft hij les van Adam Sasbout, terwijl hij aan de universiteit de colleges van Tapper volgt, maar de volledige cursus maakte hij niet af. In 1558 wordt hij door de hulpbisschop van Luik tot priester gewijd en voor de volksprediking ingezet. Omdat Pieck niet sterk is, zorgt Estius tijdens de Paasvoorbereidingen in Brussel, op aandringen van hun beider ouders, voor bijvoeding. Claes dankt hiervoor met een brief, zo in de stijl van “Ik ben de Franciscaan wel!” Hij blijkt tot wat zelfspot in staat, wat van Veghel niet kan gezegd worden. Zijn gardiaan te Leuven en Brussel, Petrus Montanus, ziet in de geboren Gorcummer het type om als gardiaan het Gorcums klooster – twaalf paters en zes broeders- over een inzinking heen te helpen. Eenmaal Gardiaan trekt Pieck de Franciscaanse lijn: geen luxe, geen vast inkomen, zeker geen onroerend goed, alleen bestaan van termijngiften. Het bezit van de boeken was niet persoonlijk, maar slechts gemeenschappelijk. Daaronder vallen niet de eigen handschriften en daarom sjouwt Pieck bij overplaatsing zijn stapel handschriften met academische aantekeningen mee. Estius schrijft, dat hij een Nieuw Testament met Piecks kanttekeningen heeft. Onder de paters van het convent zijn wat moeilijke mannen. Hierdoor is Piecks opdracht niet zonder zorg. Bovendien komen na de inname van de stad moeilijkheden met de familie. Op de afbeelding die van hem bekend is, is duidelijk te zien dat  het gezag van Pieck niet in het gezicht stond gebeiteld. Het is het gezicht van een man, die zich laat gezeggen, die moeilijkheden eerder zelf verwerkt dan er anderen voor te laten optrekken. Hij moet door en door echt zijn geweest. Zo alleen kan verklaard worden, dat deze broze man overwicht had. Zijn                                                                                                                                       taal mocht beschroomd, schuchter, zelfs verlegen zijn, maar het was de taal die anderen toen zij over hun leven hadden te beslissen, aansprak. Als het er op aan komt is Claes Pieck méér man dan de bij uitstek mannelijke Veghel.
Nicolaas Pieck